Geothermie - hoe werkt het?
Geothermische energie, ook wel aardwarmte genoemd, komt uit de kern van de aarde, waar temperaturen heersen van 2.000 tot 10.000 graden Celsius. Naarmate je dichter bij de aardkorst komt, worden de temperaturen steeds lager. Deze warmte wordt omgezet in energie. De buitenste 6 kilometer van de aardkorst bevat 50.000 keer zoveel energie als alle olie- en gasvoorraden ter wereld. Geothermie is het gebruiken van de de warmte van de aarde voor verwarming of het opwekken van electriciteit. Bij geothermie wordt er geboord naar watervoerende lagen, ook wel aquifers genoemd, op diepten van 1,5 tot 4 km. Vanaf circa 1,8 kilometer in de aardbodem zijn de watervoerende lagen in Nederland warm genoeg om water van 70 ⁰C of meer te produceren. Dit is voldoende om kraanwater te leveren en woningen of kassen te verwarmen. Vanaf circa 3 kilometer diepte is de temperatuur hoog genoeg om ook elektriciteit te produceren. Als gevolg van de uitstraling uit de kern van de aarde neemt de temperatuur namelijk circa 3 graden per honderd meter toe. Geothermisch doubletOm het warme water naar boven te halen is een bron nodig die uit twee putten bestaat: een productieput en een injectieput. De productieput pompt het warme water op en vervoert het naar een aardwarmtecentrale. Via een injectieput stroomt het afgekoelde water weer terug in de bodem. Zo blijft de hoeveelheid water in de aardlaag gelijk. Dit systeem wordt een geothermisch doublet genoemd. Het water uit deze diepten kan onder andere gebruikt worden voor verwarming van woonwijken, glastuinbouw, zwembaden of voor het opwekken van elektriciteit.
|